in 'vrijwilligersnieuws', 3e jrg., nr.3, oktober 1989,
verscheen van de hand van Willeke Heykoop:

De Taaldrukwerkplaats is er voor
iedereen die dat nodig heeft

"De taaldrukwerkplaats is er voor iedereen die het nodig heeft, behalve voor mensen met fascistische of racistische ideeën".
Thony van Gerwen runt de Tilburgse taaldrukwerkplaats, gevestigd in de oude brandweerkazerne in Sint Anna, sinds 1986. Na veel geregel en een verbouwing kon de werkplaats in augustus 1988 in gebruik worden genomen. Alles gebeurt op vrijwillige basis, gemeentesubsidie is er niet. Hoewel de aanvraag al een jaar loopt, lijkt de gemeente Tilburg nog steeds niet doordrongen van het nut dat een taaldrukwerkplaats de gebruikers kan bewijzen en al bewezen heeft. Onderstaand artikel maakt duidelijk wat taaldrukken inhoudt en waarom het zo belangrijk is dat de werkplaats in de Annahof open blijft.

"Het idee is al 13 jaar oud of eigenlijk al veel ouder. In de jaren 30-40 merkte de onderwijsfilosoof Célestin Freinet dat de taalmethoden die in steden gebruikt werden absoluut niet aansloten op de belevingswereld van de dorpskinderen die hij les gaf. Hij ontwikkelde een alternatieve methode die later door de zogenaamde Freinetscholen werd overgenomen", vertelt Thony van Gerwen.
"In 1976 heb ik meegemaakt dat in Amsterdam de eerste taaldrukwerkplaats werd opgericht. Taalexpressie maakte toen al deel uit van het IVKO (individueel voortgezet kunstzinnig onderwijs - vrijw.nws). Leerlingen konden tijdens deze lessen hun eigen ideeën op papier zetten met behulp van allerlei drukwerkvormen, zoals stempels en stencilwerk. De nadruk lag op 'zelf doen' en al snel bleek dat deze methode sukses had. Omdat er in groepen werd gewerkt, konden ideeën worden uitgewisseld en zo kregen de kinderen een grotere woordenschat. Het helemaal zelfstandig maken van drukwerkstukken bleek kinderen meer zelfvertrouwen te geven en door het groepswerk kwam er ook nog bij dat ze vanzelf beter naar elkaar luisterden.
Omdat het schoolse systeem nogal afweek van de werkwijze bij het taaldrukken werd besloten om buiten het onderwijs om een taaldrukwerkplaats op te richten waar kinderen en ook volwassenen trouwens, zonder prestatiedruk en werkdwang met taal aan de slag konden".
Inmiddels zijn er 16 taaldrukwerkplaatsen in Nederland. Overal wordt dezelfde werkwijze gehanteerd. Tenminste één afgestudeerde taaldrukker, die zijn of haar opleiding heeft gehad bij de eerste Amsterdamse taaldrukwerkplaats, zorgt voor de begeleiding bij het gebruik van de verschillende drukwerkvormen en de bijbehorende machines. Iedereen die daar behoefte aan heeft, kan tegen onkostenvergoeding gebruik maken van de werkplaats en zijn of haar taaluitingen via die drukwerkvormen op papier zetten.

In de praktijk komt het erop neer dat kinderen van (onder andere) Onderwijs Voorrangsscholen, buurtbewoners, aktiegroepen, onderwijsgevenden, buurthuismedewerkers, en bibliothekari/essen vooral gebruik maken van de taaldrukwerkplaatsen. Hun produkten worden altijd in oplage gedrukt en één exemplaar gaat altijd naar de boekenuitleen van de bibliotheek.
"Het is net of die 13 jaar helemaal niet bestaan hebben", zegt Thony, "we gaan aan het werk, de boekjes zijn klaar en één ervan komt in de bibliotheek te liggen. Zo ging dat in het begin en zo gaat dat nog steeds".


zetsel opkooien
"Mensen hebben de taaldrukwerkplaats nodig".

 

Kleinste werkplaats

Momenteel is het meestal zo dat Thony naar scholen toe gaat om tijdens één of meer taal- (soms handvaardigheids-)lessen leerlingen te laten taaldrukken.
"Ik denk dat ik de kleinste werkplaats van het hele land heb", zegt hij als hij een bruin koffertje te voorschijn tovert. "Hier zit alles in wat minimaal nodig is om te drukken". De deksel klapt open en als een legpuzzel ligt al het materiaal gerangschikt. Een snij- en stencilonderlegger, inktplaatjes, sjabloons, het hele stempelalfabet met bijbehorend stempelvinyl, harde en zachte verfrolletjes voor verschillende kleuren en dito stencilinkt, van instantkoffiedeksels gemaakte stempelkussens, verschillende soorten lijm, stencilkorrektor, potloden en gum, kleine mesjes en een balpen zonder inkt "want die werkt net zo prima als een peperdure stencilpen". Het koffertje gaat mee naar scholen, maar is eigenlijk bedoeld als "voorbeeldkoffer".
Thony: "Het idee is om op een aantal plekken vast van deze materiaalkoffers neer te zetten zodat scholen er zelf mee aan de gang kunnen. Alles wat minimaal nodig is zit erin en de koffer wordt nog aangevuld met limografen (houten panelen waarmeee zeefdruk- en stencilwerk gemaakt kan worden)".
Ondanks het plezier wat de taaldrukker heeft in de 'lessen' op scholen, vindt hij het prettiger als groepen naar de Annahof komen.
"In een klas heerst toch altijd een streng schoolsfeertje. De leraar of lerares heeft de leiding en praten tijdens de les is vaak verboden. Hier in de werkplaats is dat heel anders. Kinderen hoeven helemaal hun mond niet te houden, hun gesprekken leveren juist stof tot taaldrukken op, dat is prima. En meestal blijkt dat ze vanzelf enthousiast en gekoncentreerd aan de slag gaan als eenmaal duidelijk is wat ze zelf allemaal kunnen maken. Dat is prachtig om te zien".
Dat er met veel verve gewerkt wordt door de kursisten blijkt wel uit de boekjes die het resultaat zijn van de drukwerkmiddagen. De meest onverwachte en originele variaties op een thema als "iemand die altijd te laat komt" of "ongelukjes met glas" zijn in druk- en stempelwerk uitgevoerd.

Rondleiding

De boekjes geven aanleiding tot een rondgang door de verschillende ruimtes van de taaldrukwerkplaats. In de werkruimte staat het vol met stencilmachines, een oude degel (een met de voet bedienbare drukpers), een oude proefpers, ouderwetse letterkasten met laden vol loden letters. Veel ervan heeft Thony overgenomen van een familiedrukkerijtje dat ter ziele ging. Verder staan er kasten met papier en een lange werktafel. Overal aan de muur hangt taaldrukwerk; van een groep buurthuismedewerkers, van PABO-studenten, van schoolkinderen. Papier met woorden en beelden, voortgekomen uit de gesprekken die vooraf gaan aan het werkelijke taaldrukken.

achter de trapdegel
"Subsidie moet er komen".
 

Thony: "Ik ga altijd uit van de belevingswereld van de mensen die hier komen. Aan de PABO-studenten vroeg ik bijvoorbeeld: kijk eens rond en noem eens op wat volgens jou niet in een taaldrukwerkplaats thuishoort. Dat geeft leuke reakties als je bedenkt dat ze hier nog nooit binnen waren geweest. Bij jongere kinderen levert alles wat ze onderweg naar de werkplaats op straat zien al heel wat stof tot drukken op. Een hond die iets omgooit bijvoorbeeld, van alles wat direkt om je heen gebeurt kan aanleiding geven tot het maken van bepaalde werkstukken".

Levende typemachine

Eén van de 'geleide taaloefeningen' die Thony met een groep schoolkinderen vaak doet is 'de levende typemachine'. Iedereen bedenkt een zin en samen wordt de leukste uitgekozen. Alle kinderen op één na (degene wiens zin gekozen is) krijgen dan letterstempels in de handen gedrukt. Degene zonder stempels is de typist/e. Hij of zij bedenkt een zin en tikt telkens degene aan die de benodigde letter in de hand heeft. Die persoon stempelt de letter en de volgende wordt aangetikt en zo gaat het door. Dit type-spel geeft wel eens aanleiding tot leuke situaties. Thony: "De kinderen met een stempel zijn eigenlijk de toetsen van een typemachine en zo gedragen ze zich ook. Wie aangetikt wordt, stempelt of het nu klopt of niet. Soms vergeet de typist de spaties en staat er een lange reeks letters. Een andere keer zag de typist niet dat we aan het eind van het papier waren en ging hij enthousiast door met mensen aantikken. Gevolg: wij stempelden langs de tafelpoten naar beneden en verder over de vloer. Net zolang tot de typist in de gaten had wat er aan de hand was. Ontzettend gelachen hebben we toen".
De andere ruimtes van de werkplaats staan vol met materiaal. Oude stencilapparaten die nog gerepareerd moeten worden en typemachines waarvoor hetzelfde geldt. Een groot buro en massa's papier, genoeg voor 15 jaar volgens Thony. Veel van de spullen moeten nog worden opgeruimd en geordend als er tijd voor is. Er moet een kantoor komen en van de stapels hout zouden kastjes en panelen gemaakt moeten worden. Het magazijn voor de direkt te gebruiken spullen is echter keurig aan kant.
Verfrolletjes voor de verschillende kleuren hangen naast elkaar aan planken, zelfgemaakte houten zeefdrukpaneeltjes (platgeslagen stencilmachines noemt Thony ze) liggen netjes opgestapeld en dozen met stempels staan ordelijk naast elkaar. Verder staan er bussen, flessen en potten met daarin inkt en verf in allerlei kleuren en allerlei andere drukpers-benodigdheden. Alle spullen zijn zelfgemaakt of zo eenvoudig en goedkoop mogelijk. Thony: "Je kunt die spullen allemaal duur aanschaffen, maar van het rubber van autobanden kun je zelf uitstekend stempels maken".

Subsidie

Omdat het materiaal zo goedkoop mogelijk is gehouden, kunnen de kosten voor de gebruikers/sters van de taaldrukwerkplaats laag blijven. Zij betalen alleen de materiaalkosten.
De rest moet van Thony zijn bijstandsuitkering en van incidentele inkomsten uit partikulier drukwerk (geboorte- of trouwkaartjes voor bekenden) komen. Dat past weliswaar in de filosofie van de taaldrukwerkplaats, maar zolang niet meer dan de onkosten worden gedekt, kan Thony zijn plannen om kursussen te geven en de inboedel kompleet te maken niet doorzetten.
Zo zijn de letterbakken nog lang niet vol en zou er veel meer gekleurd papier moeten komen. De hoop is dus nog steeds gevestigd op subsidie én op meer leden voor de vereniging 'proefpers' waarvan de taaldrukwerkplaats nu nog het enige onderdeel is.
Helaas is de subsidie er nog niet en heeft de vereniging 'proefpers' slechts 7 leden. Een ervan is de Openbare Bibliotheek waarvan een medewerker steeds helpt bij de aktiviteiten van de werkplaats. Wat betreft de subsidie probeert Thony door middel van zoveel mogelijk aanbevelingsbrieven de gemeente over de streep te trekken.
Zelf is hij ervan overtuigd dat de taaldrukwerkplaats eens op zijn waarde geschat zal worden. "Die subsidie moet er komen want mensen hebben de taaldrukwerkplaats nodig".

Voor informatie:
[het hier in het artikel vermelde adres is niet meer relevant,
aangezien de taaldrukwerkplaats tilburg in 1993 zijn deuren sloot]